Spring naar content

Eigen schuld en de bewijslast in letselschadezaken

In het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is de hoofdregel dat ieder zijn eigen schade draagt, tenzij een ander daarvoor aansprakelijk is. In dat geval moet de veroorzaker de schade vergoeden. Dit is de aansprakelijkheidsvraag. Pas wanneer aansprakelijkheid vaststaat, komt de vraag naar eigen schuld van het slachtoffer aan bod.

Wat is eigen schuld?

Als de schade deels het gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer zelf kan worden toegerekend is sprake van eigen schuld. Met andere woorden: heeft het slachtoffer bijgedragen aan het ontstaan of de omvang van de schade? We spreken dan over de causale verdeling: welk gedrag heeft de schade (mede) veroorzaakt?

Als het slachtoffer ook heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade, kan de schadevergoeding worden verminderd. De rechter kijkt daarbij naar de wederzijdse causaliteit (de bijdrage van ieder aan de schade) en naar de billijkheid (wat is redelijk gezien alle omstandigheden). Een beroep op ‘eigen schuld’ is dus een verweer van de aansprakelijke partij om de schadevergoeding te beperken.

De bewijslast

Omdat ‘eigen schuld’ een verweer is, moet de aansprakelijke partij bewijzen dat er sprake is van eigen schuld. Hieronder wordt dit per type letselschade toegelicht.

1. Eigen schuld bij verkeersongevallen

Verkeersongevallen kennen specifieke regels met betrekking tot eigen schuld, met name door de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers.

a. Gemotoriseerd verkeer onderling

Bij ongevallen tussen twee gemotoriseerde voertuigen geldt de hoofdregel. Het slachtoffer moet de aansprakelijkheid aantonen.

Als de wederpartij vervolgens een beroep doet op eigen schuld – bijvoorbeeld omdat geen gordel werd gedragen – moet zij dit bewijzen.

b. Gemotoriseerd versus niet-gemotoriseerd verkeer

Voor fietsers en voetgangers gelden bijzondere beschermingsregels. Artikel 185 WVW bepaalt dat de eigenaar of houder van een motorvoertuig aansprakelijk is voor schade aan niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, tenzij sprake is van overmacht. De bewijslast hiervoor ligt bij de bestuurder en wordt zelden gehaald.

Bij eigen schuld gelden twee belangrijke regels:

100%-regel
Voor kinderen jonger dan 14 jaar wordt de schade in beginsel volledig vergoed. Alleen bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid kan hiervan worden afgeweken. Ook bij een verkeersfout van het kind (bijvoorbeeld door rood fietsen of zonder licht) blijft dus volledige vergoeding het uitgangspunt.

50%-regel
Voor fietsers en voetgangers van 14 jaar en ouder geldt dat zij doorgaans minimaal 50% van hun schade vergoed krijgen, ook als zij zelf een fout hebben gemaakt.

Eerst wordt gekeken naar de mate van schuld aan beide kanten. Zelfs als het slachtoffer in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het ongeval, blijft de WAM-verzekeraar verplicht ten minste 50% te vergoeden. In de praktijk valt de vergoeding vaak hoger uit door een billijkheidscorrectie, bijvoorbeeld als sprake is van zeer ernstig letsel.

Bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van het slachtoffer geldt deze beschermingsregel niet en vervalt de aansprakelijkheid geheel.

2. Arbeidsongevallen

Bij arbeidsongevallen is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De bewijslast voor het voldoen aan de zorgplicht en de bewijslast voor opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer ligt bij de werkgever. Dit is een zeer hoge drempel en wordt zelden aangenomen.

Bij een arbeidsongeval kan, na erkenning van aansprakelijkheid, géén percentage eigen schuld worden tegengeworpen aan het slachtoffer.

3. Privé ongevallen (bijvoorbeeld valpartij)

Bij privé-ongevallen, zoals een val in een winkel of op straat, moet het slachtoffer aantonen dat een ander aansprakelijk is, bijvoorbeeld op grond van onrechtmatige daad of gebrekkige opstal.

Als aansprakelijkheid vaststaat, ligt de bewijslast voor eigen schuld bij de aansprakelijke partij. Denk aan situaties waarin wordt gesteld dat het slachtoffer onvoorzichtig heeft gehandeld. De beoordeling is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Conclusie

Eigen schuld kan de hoogte van de schadevergoeding beïnvloeden, maar komt pas aan de orde nadat aansprakelijkheid is vastgesteld. Het bewijs van aansprakelijkheid ligt doorgaans bij het slachtoffer.

Voor een vermindering van de schadevergoeding wegens eigen schuld geldt dat de aansprakelijke partij dit moet stellen en bewijzen. In de praktijk kan dit tot discussies leiden.

Slot Letselschade Advocaten helpt

Ben je betrokken geraakt bij een sport- en spelongeval en wil je weten wat in jouw geval de mogelijkheden zijn? De gespecialiseerde advocaten van Slot Letselschade Advocaten beschikken over de juiste deskundigheid en ervaring om dit voor jou te beoordelen. Heb je vragen of behoefte aan advies? Onze advocaten staan voor je klaar.

Of meld je aan in de Slot Letselschade App, te downloaden via Apple Store of Play Store.