Voor werknemers is de bescherming bij een arbeidsongeval uitgebreid geregeld. Op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet een werkgever zorgen voor een veilige werkomgeving. Raakt een werknemer tijdens het werk gewond, dan is de werkgever in veel gevallen aansprakelijk voor de schade.
Maar hoe zit dat bij iemand die zonder arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht? Denk aan een ouder die helpt met klussen op school, een trainer bij een sportvereniging of iemand die bardienst draait bij de voetbalclub. Kan een vrijwilliger die tijdens deze werkzaamheden letsel oploopt zijn schade verhalen?
Vrijwilligers maken het verschil
Vrijwilligers zijn van grote betekenis voor scholen, sportverenigingen, kerken, buurtorganisaties en andere maatschappelijke instellingen. In 2025 gaf 47% van de Nederlanders van 15 jaar en ouder aan in het voorafgaande jaar vrijwilligerswerk te hebben verricht. Veel mensen komen dus in aanraking met vrijwilligerswerk.
Omdat vrijwilligers geen loon ontvangen en meestal geen arbeidsovereenkomst hebben, kunnen zij niet zonder meer een beroep doen op de regels die voor werknemers gelden. Dat betekent echter niet dat een vrijwilliger die tijdens het werk gewond raakt zijn schade altijd zelf moet dragen.
Gronden voor aansprakelijkheid
In sommige gevallen kan een vrijwilliger gebruikmaken van de wettelijke bescherming die een werknemer (ook) geniet. Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt namelijk dat de zorgplicht van een werkgever onder omstandigheden ook geldt voor mensen die geen arbeidsovereenkomst hebben. Daarvoor is onder meer van belang:
- of de werkzaamheden worden verricht voor een organisatie;
- of de werkzaamheden behoren tot de activiteiten van die organisatie;
- of de organisatie invloed heeft op de manier waarop het werk wordt uitgevoerd;
- en of de vrijwilliger voor zijn veiligheid afhankelijk is van de organisatie.
Het enkele feit dat iemand onbetaald en vrijwillig helpt, sluit aansprakelijkheid dus niet uit. De omstandigheden waaronder het werk wordt verricht zijn doorslaggevend.
Hiernaast kan een organisatie jegens de vrijwilliger aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad. Daarvoor moet worden voldaan aan vijf vereisten: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit.
Of er inderdaad sprake is van onrechtmatig handelen, hangt af van de omstandigheden van de specifieke situatie. Dit wordt dus per concreet geval beoordeeld, afhankelijk van de gebeurtenis.
Wat zegt de rechter?
Vrijwilliger valt van het dak van een kerk
Een belangrijk arrest is dat van de Hoge Raad uit 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3142). Een vrijwilliger hielp bij werkzaamheden aan een kerkgebouw en viel van het dak, waarbij hij ernstig letsel opliep.
In deze zaak werden de voorwaarden van artikel 7:658 lid 4 BW vervuld. De vrijwilliger verrichtte de klus met medeweten en goedkeuring van de parochie. Het beheer en onderhoud van het kerkgebouw behoorde tot de activiteiten van de parochie en de werkzaamheden hadden ook door werknemers kunnen worden uitgevoerd. De parochie had bovendien invloed op de omstandigheden waaronder werd gewerkt en kon veiligheidsmaatregelen treffen en instructies geven. De vrijwilliger was voor zijn veiligheid dus mede van de parochie afhankelijk. Daarmee bevond hij zich in een positie die vergelijkbaar was met die van een werknemer.
Omdat de parochie onvoldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen en geen adequate veiligheidsinstructies had gegeven voor het werken op het dak, was zij aansprakelijk voor de schade.
Val uit een kerstboom
In een andere zaak hielp een vrijwilliger bij het plaatsen van een grote kerstboom. Hij klom ongeveer zes meter hoog in de boom om een trektouw aan te brengen, viel naar beneden en liep een volledige dwarslaesie op.
De aansprakelijkheid werd in deze zaak niet gebaseerd op artikel 7:658 BW. De stichting werkte namelijk uitsluitend met vrijwilligers en haar activiteiten werden niet beroeps- of bedrijfsmatig verricht. Ook was er geen overeenkomst van opdracht tussen de stichting en de vrijwilliger. Daarom was artikel 7:658 lid 4 BW niet van toepassing.
Dat betekende echter niet dat de stichting niet aansprakelijk was. De stichting was betrokken bij de organisatie van een gevaarlijke klus en had vooraf moeten nadenken over een veilige uitvoering. Zo had zij moeten zorgen voor geschikte hulpmiddelen, duidelijke instructies en een veilige werkwijze. Omdat zij dat niet had gedaan, handelde zij onrechtmatig op grond van artikel 6:162 BW. De vrijwilliger was zelf overigens ook onvoorzichtig door zonder adequate veiligheidsmaatregelen in de boom te klimmen. Uiteindelijk moest de stichting daarom 75% van zijn schade vergoeden (ECLI:NL:HR:2021:1953).
Kan een vrijwilliger zijn letselschade verhalen?
Een vrijwilliger kan zijn schade onder omstandigheden verhalen. Soms geldt de zorgplicht van artikel 7:658 lid 4 BW. In andere gevallen kan de organisatie aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad .
Van belang is onder meer of het werk gevaarlijk was, welke instructies zijn gegeven, welke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en hoeveel invloed de organisatie had op de uitvoering van het werk.
Heb je letsel opgelopen tijdens vrijwilligerswerk? Onze advocaten staan voor je klaar.
- 📞 Bel ons: 030-69 80 690
- 📧 Mail ons: [email protected]
- 📝 Vul vrijblijvend de Claimwijzer in!
Of meld je aan in de Slot Letselschade App, te downloaden via de Apple Store of Play Store.